Londen – met hindernissen
‘Shit,’ zeg ik.
Mevrouw X kijkt naar rechts en dan weer naar de weg. ‘Wil je niet van die enge dingen zeggen? Dan denk ik dat er echt iets aan de hand is.’
Ik blader verwoed door de paperassen die Arke zo vriendelijk aan elkaar geniet heeft. ‘Er is echt iets aan de hand. De tickets zitten er niet bij.’
‘Hoezo, de tickets zitten er niet bij?’
‘Gewoon, de tickets zitten er niet bij,’ zeg ik nog maar eens.
‘Kijk nog eens dan.’
Gehoorzaam kijk ik nog eens. Accommodatievoucher, fietstourvoucher, een hoop ongetwijfeld nuttige informatie en verder niks.
Flashback. Mevrouw X in de keuken met een papier in haar handen: ‘Moet dit niet mee?’ Ik werp er een vluchtige blik op en vind van niet: ‘Dat is de boekingsbevestiging van Arke, alles zit in dit mapje.’
Ik sommeer mevrouw X onmiddellijk om te draaien. Het is acht uur, we zijn vlakbij Breukelen en over een uur en veertig minuten vertrekt ons vliegtuig naar Londen.
‘Ik kan hier niet omdraaien,’ zegt mevrouw X. ‘Dit is de snelweg.’
Dat snap ik ook wel. Ik bedoelde dat we er bij de volgende afslag af moeten. Ik zie de paniek op het gezicht van mevrouw X en in plaats van dat ik mijn eigen koelbloedige zelf blijf, begin ik keihard te huilen.
Mevrouw X neemt intussen de afslag Breukelen. Meteen zien we een bord over omleidingen en dingen die niet kunnen. We volgen toch maar de borden Utrecht en dat blijkt een goed idee, want die omleiding ging over iets anders dat we in de paniek over het hoofd gezien hebben.
Ik blijf doorhuilen tot mevrouw X in onze eigen Vinex door rood rijdt. Dat vind ik om onbegrijpelijke reden enorm komisch, dus nu krijg ik de slappe lach. We parkeren, rennen naar binnen, vinden het papier – geen tijd om te kijken of het wel het juiste papier is – en scheuren weer richting snelweg.
Onderweg bestudeer ik het papier. Het zou wel eens een elektronisch ticket kunnen zijn.
‘De incheckbalie sluit altijd een half uur voor vertrek,’ zeg ik. ‘Dat is om tien over negen.’
Daar wordt mevrouw X niet echt ontspannener van. 110 waar we 90 mogen, 130 waar 120 de max is. Om zes voor negen zijn we bij het bussenvertrekpunt op parkeerplaats P3. Er rijdt net een bus voor onze neus weg. Gelukkig staat de volgende al klaar. De chauffeur moet alleen nog even koffiedrinken.
Ik zie stoom uit de oren van mevrouw X komen als de chauffeur op zijn dooie gemak plaatsneemt achter het stuur en nog van alles gaat zitten regelen. Ze beent door het gangpad en komt even later terug met de mededeling dat ‘die eikel gezegd heeft dat we zxf3 gaan vertrekken, nog even geduld mevrouw’.
Als we eindelijk rijden, vertelt een elektrische mevrouw dat we er zeven minuten over zullen doen naar de vertrekhal.
Het zijn er acht.
We springen uit de bus en rennen met onze koffers naar de incheckbalie. Daar kunnen we inchecken – voor de volgende vlucht.
‘Shit,’ zeg ik maar weer eens. ‘We zijn te laat.’
‘Moeten jullie nog mee met de 9.40?’ vraagt het meisje achter de balie. ‘Ik bel wel even.’
We bombarderen haar onmiddellijk tot held. ‘Ik ben een held,’ zegt ze aan de telefoon tegen haar collega. Ze bevestigt een label ‘End bag’ aan onze koffers en wenst ons een goede reis.
Gate closes: 9.10 staat op onze boarding pass. Het is kwart over negen geweest, dus we rennen naar de gate, waar het boarden net is begonnen.
In het vliegtuig blijkt dat we de plaatsen met de meeste beenruimte hebben. Fijn, want er is een hoop om van uit te rusten.
